Tegels eruit, groen erin

Of je nou een grote of een kleine tuin hebt, een voortuin of een achtertuin: iedere vierkante meter groen draagt bij aan een betere biodiversiteit. Je maakt de natuur en de insecten blij, maar ook jezelf: onderzoek wijst uit dat wie zich met groen bezighoudt, zich gezonder voelt en minder vaak ziek is.  

Daarnaast is het vergroenen van je tuin een eenvoudige en effectieve manier om bij te dragen aan klimaatadaptatie. Door meer planten, struiken en bomen te planten, help je om wateroverlast te verminderen en hitte te beperken. Tuinen met veel groen en voldoende schaduw zijn maar liefst 5°C koeler dan een versteende tuin. In gevoelstemperatuur scheelt dit zelfs nog meer.  

Groene tuinen werken bovendien als een spons, ze nemen regenwater op en geven het langzaam weer af. Een mooi rekenvoorbeeld: stel dat je 10 m² tegels vervangt door groen. Bij een flinke regenbui kan die oppervlakte tientallen liters water extra opnemen in plaats van het direct af te voeren naar het riool. Dat verkleint de kans op wateroverlast in jouw straat én zorgt voor een koelere tuin op warme dagen. 

Redenen te over om te gaan vergroenen dus. Maar waar begin je? En waar moet je op letten? Dat lees je hieronder. 

Stappenplan

Een mooie tuin die goed is voor jou en de natuur begint met een beetje dagdromen. Bedenk hoe jij wil dat je tuin eruitziet en breng dat stap voor stap in kaart.  

Het begint met het beantwoorden van een aantal belangrijke vragen; 

  1. Hoe ligt je tuin op de zon? Waar is veel zon en waar is vooral schaduw? Dat bepaalt waar je wat kunt planten. Bedenk ook dat bomen of hoge struiken voor extra schaduw en afkoeling zorgen. 

  2. Waar wil je graag zitten? En waar wil je ruimte geven aan spelen en groen? Maak een ruwe schets van de indeling. Het helpt om je tekening op schaal te maken. 

  3. Heb je te maken met een erfafscheiding naar de buren of openbare ruimte? Bedenk dat je ook die erfafscheiding zelf al groen kunt inrichten. Dus kies in plaats van een schutting bijvoorbeeld voor een mooie haag. 

  4. Hoe zorg je voor water in de tuin? Een goed ingerichte tuin vangt water op en houdt dit vast. Plaats bijvoorbeeld een regenton of ontkoppel je regenpijp, graaf een poeltje en zorg voor hoogteverschillen. Kies voor (waterdoorlatende) halfverharding of ruime voegen tussen bestrating in plaats van een afgesloten tegelvloer.   

  5. Wat vind je mooi? Bepaal welke kleuren je graag terugziet in je tuin. Bedenk ook hoe je tuin eruitziet in de winter. Zie je dan graag groenblijvende struiken en bomen? Vul je schets verder in met een vlekkenplan.  

Nu heb je een mooi startpunt en kun je verder aan de slag met de invulling van je tuin. 

Gezonde bodem

Een gezonde bodem is van groot belang voor een bloeiende tuin. Het zorgt voor sterke planten die veel minder water nodig hebben. Begin daarom met het aanbrengen van een laag goede tuinaarde. Bij struiken en bomen heb je daar een dikkere laag voor nodig dan bij planten. In de regel kun je aanhouden dat je zo’n 20-30 centimeter tuinaarde nodig hebt. Bij voorkeur biologische, turfvrije tuinaarde. 

De meeste voedselgewassen en veel planten houden van voedselrijke grond. Die hebben we in Haarlemmermeer volop met de kleilaag die hier van nature veel voorkomt. Maar veel bestuiversplanten houden juist van een schrale, voedingsarme grond. Bij dat soort planten kun je dus prima wat zand en kalk toevoegen.  

Je creëert het meest bodemleven (diertjes, schimmels, micro-organismen) door de grond zo min mogelijk te bewerken. Door te ‘mulchen’ help je de bodem hierbij. Je laat dan bladeren en ander groenafval gewoon liggen, zodat de bodem het kan opnemen. Wormen vinden het heerlijk!   

Wil je meer tips? Bekijk dan onderstaande links: 

Planten en zaaien

Het voor- en najaar zijn de beste seizoenen om in de tuin aan de slag te gaan. In het voorjaar komen planten, bomen en struiken net uit hun rustperiode. In het najaar zijn ze dan vaak net uitgebloeid en gaan ze de rustperiode in. De bloeiperiode zelf is minder geschikt om aan te planten, dat geeft ze te veel stress. 

Plant zo veel mogelijk vaste planten. Vaste planten hebben vaak een langere bloeiperiode, minder onderhoud nodig en zorgen voor een betere bodembalans. Voor een natuurvriendelijke tuin kies je vooral voor inheemse soorten die goed zijn voor de bestuivende insecten zoals bijen, zweefvliegen en vlinders.  

Je kunt variatie in de beplanting aanbrengen door te kiezen voor een mix van laagblijvende planten, vaste planten, heesters, struiken en bloembollen in het voorjaar. Ook kun je variëren in de hoogte van de beplanting.  

Ken je de bloeiboog al? Dat houdt in dat je ervoor zorgt dat er bijna het hele jaar wel iets in bloei staat in je tuin zodat er altijd wat te eten is voor bestuivers. 

5 sterke planten voor in jouw tuin:  

  • Voor droge plekken: Vetkruid (Sedum Matrona) 

  • Zon/schaduw: Zegge (Carex Morrowii) 

  • Natte plek: Koninginnekruid (eupatorium) 

  • Feest voor vlinders: IJzerhard (verbena Bonariensis) 

  • Lange bloeier: Ooievaarsbek (geranium Rozanne) 

In ieder tuincentrum vind je tegenwoordig planten die zonder gif gekweekt zijn. Hieronder vind je ook wat links naar verkooppunten van biologische, inheemse planten: 

Tips!

  • Je kunt zelf planten vermeerderen door te zaaien of te stekken.  

  • Bij MeerBomen.Nu kun je terecht voor gratis bomen en struiken. 

  • In Haarlemmermeer vind je regelmatig ruilbeurzen voor zaden en stekjes. Volg onze social media om op de hoogte te blijven.  

  • Doe een oproep op de Facebookpagina ‘Groen Haarlemmermeer’. Wie weet kun je wel zaden of stekjes ruilen met iemand uit de community!

  • Bekijk hiernaast onze bloemwijzers voor verschillende soorten tuinen:

Watervangers

Watervangers zijn belangrijk voor het leven in je tuin. Regenwater is zachter en zuiverder dan kraanwater en bevat geen chloor of fluoride. En het is gratis. Met het plaatsen van een regenton kun je zelf in de tuin regenwater opvangen. Zo heb je altijd een voorraad water als het even niet regent. Bovendien komt het schone regenwater niet in het riool terecht en hoeft dus niet onnodig gezuiverd te worden. 

Je kunt ook een regenwaterbassin of vijver plaatsen. Dit biedt habitat aan kikkers, libellen, waterinsecten en andere kleine dieren. Bovendien kunnen vogels en insecten hier op warme dagen lekker wat drinken of even badderen.  

Voor meer tips over wateropvangers, zoals een wadi of infiltratiekrat, kun je terecht op Waterschappen

Beheren en verwilderen

Hoera! Je natuurvriendelijke tuin is klaar. Het Grote Genieten kan beginnen. Maar hoe onderhoud je je tuin? Het antwoord is: zo min mogelijk. De natuur heeft het allemaal zo geregeld dat veel elementen tijdens het groei- en bloeiproces een belangrijke functie hebben. Zo zitten uitgebloeide bloemen of dorre bladeren allemaal boordevol voedingsstoffen voor groen.  

Water en droogte

Het is voornamelijk belangrijk om goed te controleren of je planten en bloemen genoeg (regen)water hebben. Gebruik je zintuigen: Hangt je plant een beetje slap? Prik met je vinger in de grond. Is het droog bij de wortels? Geef dan wat extra (regen)water. Zie je uitgebloeide bloempjes? Pluk ze eruit! Hierdoor krijgen planten meer bloemen. 

Onkruid

Verder is het belangrijk om onkruid te verwijderen. Zeker als je je tuin net hebt aangelegd, is dit belangrijk. Hoe beter je dit het eerste jaar bijhoudt, hoe minder je de daaropvolgende jaren hoeft te doen.  

Snoeien

In de zomer kun je ongeveer een keer per week met een schaartje de tuin in gaan om kleine uitgebloeide bloempjes af te knippen. Zo heeft de plant weer meer energie om naar de rest van de plant te sturen. 

Bodem

Bewerk de bodem zo min mogelijk. Zo hou je het bodemleven in stand en houdt het goed het water vast. Je kunt de grond wel extra voeding geven, bijvoorbeeld door zelf compost te maken.  

Mulchen

In de borders en vakken met planten kun je blad- en snoeiafval laten liggen. Dit zorgt voor een mulchlaag tussen de planten en maakt dat onkruiden minder snel gaan groeien en vocht minder snel verdampt. Op die manier hoef je dus ook minder te wieden en water te geven. TIP: Als er weinig bladeren in je tuin liggen, kun je in de buurt wat tassen vullen in een berm of park! 

Veel mensen vinden het mooi om dode takjes van de plantjes te knippen of gevallen bladeren weg te harken, maar in de natuur heeft alles een functie. Ook zijn het belangrijke schuilplekken voor insecten of egels.  

Voorjaarsbeheer

In het voorjaar kun je de bodem ondiep schoffelen en uitgebloeide planten terugknippen. Je kunt dit doen tussen de laatste nacht waarin het vriest tot de langste dag van het jaar: 21 juni.  

De bottomline voor een natuurlijkvriendelijke tuin is dus: probeer er de schoonheid van in te zien en laat je tuin vooral lekker verwilderen! 

Levende tuin en dierenvrienden

Overal is het mogelijk om meer dieren te lokken! Plaats bijvoorbeeld vogelhuisjes (als je geen kat hebt), vleermuis- of vlinderkasten, of bijen-en insectenhotels. In het najaar en in de winter is het goed om bladafval en afgestorven plantenresten te laten liggen. Dieren halen hier de hele winter voedsel uit of houden hier hun winterslaap.  

Egels

Denk bijvoorbeeld aan de egel! Deze bedreigde diersoort is een zeer welkome gast voor je natuurvriendelijke tuin. Het zijn natuurlijke bestrijders van slakken, rupsen en maden. Wil je je tuin extra aantrekkelijk maken voor dit dier? Maak dan een egelpoort en -huis! Op de site van de Egelbescherming vind je hierover meer informatie.  

Vogels

Vogels zijn de superhelden van jouw biodiverse tuin. Ze bestrijden insecten en rupsen die je planten kunnen aantasten en voorkomen plagen zoals bladluis. Ook verspreiden ze via hun uitwerpselen zaden, waardoor ze voor een natuurlijke verjonging van de tuin zorgen. Vogels zijn een belangrijke indicator van een gezonde tuin, en bovendien zorgen ze met hun vrolijke gefluit voor de ideale natuurbeleving. 

Als je in je tuin voor planten hebt gekozen die veel insecten aantrekken, bied je de vogels indirect al een hele hoop voedsel. Ter aanvulling op je inheemse planten, zou je in je tuin kunnen kiezen voor exotische aanvullingen die bekend staan als goede vogelplant of -boom. Het is hierbij vooral van belang dat ze op een ander tijdstip bloeien of andere groeiomstandigheden aankunnen dan inheemse planten. Denk bijvoorbeeld aan de sneeuwbes of de lijsterbes. Zo hebben ze ook in de winter wat te eten. 

Ten slotte is het belangrijk om in ze in sommige seizoenen een beetje te helpen. Plaats in de zomer een vogelbadje waar de vogels wat kunnen drinken en lekker kunnen poedelen.  

Help ze in de winter met het vinden van voedsel. Smeer wat 100% pindakaas op de takken of plaats een bakje vogelvoer. Veel voer bevat helaas chemicaliën en pesticiden en maken de vogels ziek. Zorg dus altijd dat je biologisch voer gebruikt, of maak zelf een eenvoudige pittenmengsel of vetbol! Dat is nog eens leuk om te doen ook. Tip: maak er een activiteit van samen met kinderen, of maak een grote badge en geef ze cadeau aan al je vrienden! Hier vind je inspiratie.

Hitte en verkoeling

Het allerbelangrijkste is om zoveel mogelijk grijs door groen te vervangen. Een tegel wordt in de hitte een bakplaat, groen verlaagt juist de temperatuur. 

Tuinaanleg voor verkoeling

Misschien is er bij de aanleg van je tuin al nagedacht over welke planten goed tegen hitte kunnen en welke je beter in de schaduw kunt plaatsen. Wist je dat een boom de temperatuur met maar liefst 5 graden kan verlagen? De gevoelstemperatuur is zelfs nog lager.  

Het liefst is er zo min mogelijk grond zichtbaar zodat deze niet uit kan drogen. Bodembedekkers zorgen niet alleen voor verkoeling en waterbeheer, maar houden ook onkruid tegen. Win-win!

Planten water geven

Als het warm is, is het belangrijk om goed in de gaten te houden of je planten genoeg (regen)water krijgen. Geef op hete dagen ‘s ochtends vroeg en/ of ‘s avonds laat water en giet het direct op de wortels. Sproeien is niet slim, want dan verschroeien de blaadjes in de zon.  

Planten hebben minder water nodig dan je denkt. Je kunt ze zelfs trainen door ze steeds iets minder water te geven. Let wel extra op planten in potten: deze drogen veel sneller uit. Je kunt de potten op een schotel zetten; zo kunnen ze iets langer doen met het opgevangen regenwater.